GGZ: een update

 
Graag maakt het LHV bureau Zuidwest Nederland u attent op de laatste ontwikkelingen GGZ. In dit bericht vindt u de volgende onderwerpen:
  • Overzicht landelijke ontwikkelingen GGZ
  • De betrokkenheid van de LHV
  • Het verwijsmodel en wie doen wat binnen de echelons?
  • Het standpunt van de LHV over de GGZ en de POH-GGZ
  • De NZa regeling POH-GGZ
  • De financiering vanuit de zorgverzekeraar
  • De mogelijkheden voor contractering van een POH-GGZ

Overzicht Landelijke Ontwikkelingen GGZ

Vanaf 1 januari 2014 zal er veel veranderen in de GGZ sector. In 2011 sloot het ministerie van VWS met GGZ Nederland, beroepsorganisaties, verzekeraars en cliëntenorganisaties een bestuurlijk akkoord. In dit akkoord is kort gezegd afgesproken dat er meer GGZ in de buurt van de patiënt zal worden geboden en dat in de komende jaren een afname van zorg in de tweedelijns GGZ-instellingen wordt gerealiseerd. Dit betekent concreet een vermindering van het aantal bedden in GGZ-instellingen van 30 procent tot 2020. Voor een deel zal deze zorg door de tweedelijns instellingen in de wijk, dichter bij de patiënt, worden geboden. Dit is de zogenoemde 'ambulantisering'. Daarnaast zal er een groter deel van de zorg voor mensen met GGZ-klachten en -stoornissen in de eerste lijn worden gegeven.

In het bestuurlijk akkoord zijn 3 echelons benoemd:

  • De huisarts met POH-GGZ: de onafhankelijk poortwachter die mensen met psychische problematiek herkent, zo mogelijk behandelt en zo nodig verwijst naar de basis generalistische GGZ of de gespecialiseerde GGZ;
  • Basis generalistische GGZ: dit is een uitbreiding van de huidige eerstelijns GGZ. In de basis generalistische GGZ worden mensen behandeld met lichte tot matige, niet-complexe problematiek die langer dan drie maanden aanhoudt. Deze zorg is alleen na verwijzing van de huisars toegankelijk;
  • Gespecialiseerde GGZ: ook deze zorg is alleen na verwijzing van de huisarts toegankelijk en betreft zorg voor mensen met ernstige psychische problemen, waarbij complexe behandeling nodig is met een zwaar beroep op specialistische kennis. Ambulante behandeling is het uitgangspunt, klinische behandeling alleen als het onontkoombaar is.

De betrokkenheid van de LHV

De LHV was geen partij bij het afsluiten van het bestuurlijk akkoord GGZ. Gezien de gevolgen die de verschuiving van GGZ van gespecialiseerde GGZ naar de huisartsenzorg en basis GGZ zal hebben voor huisartsen, is de LHV gevraagd mee te denken over de uitwerking van het akkoord. Dat is ook afgesproken in het akkoord van LHV en VWS van juni 2012. Daarin staat dat huisartsen inspelen op de gevolgen van het akkoord in de GGZ door bij te dragen aan de opvang van de groeiende zorgvraag en het verkrijgen van inzicht in de verwijsmogelijkheden. Om huisartsen in staat te stellen meer mensen met lichte psychische klachten zelf op te vangen, zijn in het akkoord met VWS afspraken gemaakt over verruiming van de mogelijkheden een POH-GGZ in te zetten in de huisartsenpraktijk.

Eén van de stappen in de uitwerking van het bestuurlijk akkoord was de ontwikkeling van een verwijsmodel voor huisartsen. Met dit model worden huisartsen ondersteund bij het maken van hun keuze voor het verwijzen naar de basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ

Het verwijsmodel en wie doen wat binnen de echelons?
Er zijn vijf criteria op basis waarvan bepaald wordt waar de patiënt behandeld wordt. Dit zijn:

1. DSM-stoornis: is er sprake van een vermoeden van de DSM-stoornis
2. Ernst: wat is de ernst van de problematiek?
3. Risico: Is er sprake van risico op ernstige zelfverwaarlozing, verwaarlozing van naasten,
decompensatie, suïcide, huiselijk geweld e.d.
4. Complexiteit
5. Beloop van de klachten

Klik hier voor de nadere omschrijving van deze criteria in het HHM-rapport.

  Huisartsenzorg Basis generalistische GGZ Gespecialiseerde GGZ
Door Huisarts en POH-GGZ Uitbreiding van huidige eerstelijns psychologische zorg. Minister heeft hoofdbehandelaars aangewezen. klik hier Afgeslankte versie van huidige tweedelijns GGZ
Uitgangspunt Huisartsenzorg, signaleren, zo mogelijk behandelen en anders verwijzen, huisarts biedt huisartsenzorg aan patiënten met GGZ problematiek zoals omschreven in het Aanbod huisartsengeneeskundige zorg (NHG/LHV, 2009) klik hier Behandeling na verwijzing door de huisarts bij (vermoeden) van een stoornis Ambulante behandeling via GGZ team in de wijk na verwijzing. Klinische behandeling in een instelling indien onontkoombaar
Problematiek Lichte en veel voorkomende klachten en stoornissen zoals depressie, dementie, angst, overspannenheid, verslavingsproblematiek en slaapproblemen. Eventueel stabiele chronische problematiek. Zie NHG standaarden DSM-stoornissen, lichte tot matige, niet complexe problematiek die langer dan 3 maanden aanhoudt. Huisarts kan patiënt verwijzen naar basis GGZ bij een (vermoeden) van een stoornis DSM-stoornis waarbij: hoog risico en/of hoge complexiteit

Basis generalistische GGZ

Er zijn '4 typen behandeling' in de Basis generalistische GGZ vanaf 2014:
'kort', 'middel', 'intensief', 'chronisch'. Voor een omschrijving van elk van deze behandelingen klik hier. De behandelaar in de basis generalistische GGZ bepaalt voor welk type behandeling een patiënt in aanmerking komt. Uitgangspunt daarvoor zijn dezelfde criteria die gelden voor verwijzing naar de basis generalistische GGZ. Het belangrijkste onderscheidend criterium voor de eerste drie producten is de ernst van de problematiek: 'kort' bij lichte ernst, 'middel' bij matige ernst, 'intensief' bij ernstige klachten. Verder is een belangrijk verschil tussen de 4 typen behandeling de duur van de behandeling. Zo staat voor 'kort' ca. 300 minuten, voor 'middel' ca. 500 minuten en voor 'intensief' ca. 750 minuten. Dit is de gemiddelde behandeltijd voor de betreffende behandeling. Op deze tijd is de vergoeding gebaseerd. Voor de individuele patiënt kan de behandeling dus korter of langer duren. Het type behandeling 'chronisch' is bedoeld voor risicogevoelige problematiek. Vaak zal het gaan om patiënten die eerder behandeld zijn in de gespecialiseerde GGZ.

In alle gevallen geldt dat een behandeling in de generalistische Basis GGZ alleen kan worden gestart als er sprake is van een DSM-benoemde stoornis in combinatie met een beperking van het functioneren. Lichte, ongecompliceerde DSM stoornissen kunnen in eerste instantie zoals altijd door de huisarts en POH-GGZ behandeld worden.

Het standpunt van de LHV over de GGZ en de POH-GGZ

De huisarts en POH-GGZ kunnen een goede poortwachtersfunctie vervullen als de samenwerking met en capaciteit in de basis generalistische GGZ en gespecialiseerde GGZ voldoende is. Dat betekent goede verwijsmogelijkheden en geen wachtlijsten, korte lijnen tussen huisarts en psychiater, snel kunnen schakelen tussen de drie echelons zodat de patiënt snel op de goede plek wordt behandeld.
Om de toenemende vraag in de huisartsenzorg op te vangen, is voldoende capaciteit nodig. De huisarts blijft met de POH-GGZ haar patiënten de gebruikelijke huisartsenzorg bieden volgens de NHG-standaarden. Voor de huisarts is vooral de rol als (onafhankelijk) poortwachter van belang. De LHV is daarom ook geen voorstander van screeningsinstrumenten, de NHG-standaarden zijn immers leidend. De focus ligt nu op het goed opvangen van kwantitatief meer patiënten met psychische problemen in de huisartsenzorg, op de structurele inzet van de POH-GGZ (altijd onder verantwoordelijkheid van de huisarts) en de inzet van meer e-health mogelijkheden. Een competentieprofiel voor de POH-GGZ is in ontwikkeling. De LHV zet zich in voor een eenduidige opleiding.
Op de website van de LHV staat een dossier over de POH-GGZ. Voor meer informatie over de aansprakelijkheid, een stappenplan om de afweging te maken een POH-GGZ in te zetten, een rekentool betreffende de inzet van een POH-GGZ, NHG richtlijnen, informatie over de zorgverzekeraars, en o.a. het laatste nieuws dat van de LHV over dit onderwerp is verschenen klik hier.
Een toelichting op de financiering en de POH-GGZ vindt u hier.

Jeugd GGZ

Onderdeel van de nieuwe jeugdwet die op 18 oktober jl. door de Tweede Kamer is aangenomen, is de jeugd GGZ. In de nieuwe jeugdwet zal o.a. ook de jeugd-GGZ naar de gemeenten worden gedecentraliseerd. De LHV heeft benadrukt dat het van groot belang is dat het verwijsrecht van de huisarts in de jeugdwet wordt gerespecteerd. De huisarts maakt de afweging tot verwijzen van kinderen naar jeugdhulp, zoals de jeugd-GGZ, op medisch-inhoudelijke gronden. De gemeente mag daar niet sturend in optreden, stelt de LHV. Inmiddels is er een amendement in de wet goedgekeurd waarin staat dat de professionele standaard van zorgverleners leidend is bij het doorverwijzen van een kind door huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten.

Op de ledenraadvergadering van de LHV van 5 november jl. is de notitie 'het aanbod huisartsenzorg voor jeugd met psychische of psychosociale klachten besproken'. De notitie gaat vooral over de psychische en psychosociale zorg. Aanleiding daarvoor is enerzijds het feit dat het aanbod voor deze groep kinderen en jongeren vooralsnog niet specifiek omschreven is. Anderzijds zijn er projecten in het land die wijzen op de behoefte bij zowel huisartsen als andere partijen (zoals gemeenten) om de psychosociale zorg voor de jeugd een meer nadrukkelijke plek te geven binnen de huisartsenpraktijk.

In de notitie zijn 3 mogelijke modellen beschreven:

1. Basis: het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg aan de jeugd die bij de huisarts is ingeschreven. Dit aanbod moet in principe door iedere huisartsenpraktijk kunnen worden geboden.
2. Aanvullend: de zorg zoals omschreven bij het basismodel. Er is extra aandacht en aanbod voor kinderen en jongeren met lichte, veel voorkomende psychische problematiek, waarbij de focus ligt op vraagverheldering.
3. Bijzonder: er is sprake van een speciaal aanbod voor behandeling van kinderen en jongeren met psychische problematiek binnen de huisartsenpraktijk.

De notitie is in de ledenraad vastgesteld. De notitie vindt u op de website van de LHV.

Meer informatie over de jeugd wet, kunt u vinden op de website van de LHV. De jeugd wet zal op 1 januari 2015 van kracht zijn.

De NZa regeling POH-GGZ

De herstructurering van de totale geestelijke gezondheidszorg heeft als resultaat dat de beleidsregel POH-GGZ per 1 januari 2014 wijzigt. Het inschrijftarief wordt verhoogd en dit biedt de ruimte om 12 uur POH-GGZ in te zetten. Het inschrijftarief is niet langer alleen bestemd voor de personele inzet van een praktijkondersteuner, maar ook voor e-health en consultatieve raadpleging van een psycholoog of een psychiater. De geconsulteerde zorgverlener mag kosten in rekening brengen bij de huisarts die de consultatie heeft aangevraagd. Hiervoor is er in 2014 een prestatie 'Onderlinge dienstverlening t.b.v. consultatie POH-GGZ'. Op grond van deze prestatie kunnen zorgverleners elkaar onderling een tarief in rekening brengen.

De verrichting groepsconsult wordt in 2014 geïntroduceerd en kan gedeclareerd voor geïndiceerde preventie.

Samenvattend zijn de wijzigingen in de beleidsregel POH-GGZ:

  • Het inschrijftarief POH-GGZ wordt hoger en flexibeler.
  • Er is een uitbreiding naar 12 uur (ten opzichte van 9 uur in 2013) per normpraktijk.
  • E-health is mogelijk (e-health programma's die zorgactiviteiten binnen POH-GGZ ondersteunen, zoals diagnostiek of begeleiding/behandeling door POH-GGZ of huisarts).
  • Consultatieve raadpleging is mogelijk.
  • Regeling toegankelijkheid voor andere aanbieders, waarbij afspraken tussen hoofdcontractant en huisarts over de werkzaamheden en de geldstromen verplicht zijn.
  • Nieuwe prestatie 'groepsconsult' geïndiceerde preventie.

De financiering vanuit de zorgverzekeraar

De NZa tarieven kunt u via de link inzien. De voorwaarden voor de financiering 2014 met betrekking tot POH-GGZ zijn nog niet in volle omvang bekend. Zo is er nog geen uitwerking voor de consultatiefunctie en de inzet van e-health.
Op de website van de LHV staat een eenvoudig rekenmodel waarmee de kosten, de inkomsten en het resultaat van POH-GGZ kunnen worden berekend. Ook kunnen uurtariefberekeningen worden gemaakt. Let op dit rekenmodel is van 2013. De nieuwe NZa tarieven zullen hierin binnenkort verwerkt worden. klik hier.
Hier vindt u het beleid POH-GGZ van CZ en VGZ.

De mogelijkheden voor contractering van een POH-GGZ

Er zijn diverse mogelijkheden om een POH-GGZ binnen uw praktijk in te zetten.
U kunt:

1. Zelf een POH-GGZ in dienst nemen of als ZZP-er. Dit kan bijvoorbeeld een SPV-er , een psychiatrische verpleegkundige, of psycholoog zijn die de opleiding poh GGZ heeft afgerond Veel mensen uit de GGZ en jeugdzorg zijn zich aan het heroriënteren. De verwachting is dan ook dat op een vacature zeker aanbod zal komen. Het advies is daarbij te letten op ambulante en behandelervaring. Tevens is van belang te checken welke opleidingseisen de zorgverzekeraar stelt aan een POH-GGZ. Bij het in dienst nemen van een POH-GGZ dient de CAO huisartsenzorg gevolgd te worden.

2. Via detachering vanuit een GGZ instelling een POH-GGZ inzetten.

Q&A

Eind januari zal op de site van LHV een Q&A lijst worden gezet dus houdt de website goed in de gaten.

BijlageGrootte
PDF-pictogram HHM-rapport301.51 KB
PDF-pictogram Kamerbrief over hoofdbehandelaars 166.6 KB